Ach, ze zijn toch zo speciaal, zo bijzonder, die gelovigen. En wie zulke verheven gedachten denkt als de gelovige mag toch zeker wel aanspraak maken op een speciale behandeling? Neem de student Abdelkarim El-Fassi, die zich bij het bestuur van de Hogeschool van Amsterdam beklaagt over de sluiting van de gebedsruimte in het schoolgebouw.
Verplaats u in de psyche van deze religieuze jongeman, die in zijn klaagschrift het schoolbestuur onder meer het volgende verwijt voor de voeten werpt: "U hebt als schoolbestuur allereerst de taak om goed onderwijs aan te bieden. Maar daar houdt het m.i. niet op. De school is niet alleen een plek waar onderwijs dient te worden aangeboden, maar een plek waar de geest zich op zoveel mogelijke fronten dient te ontwikkelen. Zoals u misschien al gezien heeft, zijn er dus groepen mensen die ook de behoefte hebben om de religieuze aspecten van het leven te ontwikkelen. Het bestaan van het gebedshuis sierde de HvA."
Beste Abdelkarim El-Fassi, nog even afgezien van het feit dat het aanbidden van een niet-bestaande goddelijke entiteit, van welke godsdienst dan ook, absoluut niets met geestelijke ontwikkeling van doen heeft, wijs ik je graag op het volgende.
Op een onderwijsinstituut, en eerlijk gezegd verklappen de eerste drie lettergrepen van dat woord dat eigenlijk al een beetje, dient onderwijs te worden gegeven respectievelijk gevolgd. Hoe haal je het dan in je verwende hoofd dat een onderwijsinstelling als de HvA mensen zou moeten faciliteren in hun strikt particuliere behoefte "om de religieuze aspecten van het leven te ontwikkelen"? Zoiets doe je lekker thuis of, in jouw situatie, in de moskee. Desnoods huur je samen met anderen zélf ergens een zaaltje. Maar hou eens op met dat onvolwassen claimen van zaken waar je geen enkel recht op hebt.
Grootinquisiteur
Be first to comment this article
Reageer
Wees aardig voor elkaar of je reactie wordt verwijderd!
Voor gelovigen zelf is godsdienst ook geen lolletje: zij moeten onprettige dingen doen of afzien van prettige dingen, zoals het drinken van een Romané Conti, het nuttigen van lichtgerookte ham van wild zwijn, het luisteren naar Mahler, het dragen van kleren naar eigen smaak, het lezen zonder index van verboden boeken, of het naar hartelust copuleren met lieden van een ander of hetzelfde geslacht. In plaats daarvan moeten ze op onprettige tijdstippen naar onduidelijke en irrelevante praatjes luisteren waarin andersdenkenden worden geschoffeerd, tussen ongeschoolde stemmen lelijke liedjes zingen, lichamelijk pijn lijden in rare houdingen en bidden zonder iets terug te horen. Al die ellende omdat oude mannen uit vreemde talen dat eisen in oude teksten die ze zelf niet eens in het origineel kunnen lezen.