Het vertrouwen in een goede afloop van de aanleg van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam is kennelijk zo gering dat het gemeentelijk projectbureau zijn toevlucht neemt tot rituelen van bijgeloof. Een priester zal de twee boormachines, die de tunnels gaan graven, op 11 maart inzegenen.
De inzegening komt voort uit de mijnbouwtraditie in Limburg. Het projectbureau ziet het als de officiële aftrap. Een beeldje van St. Barbara, de beschermheilige van onder meer tunnelbouwers, wordt op 11 maart in de startschacht voor het Centraal Station geplaatst. Beide boormachines ontvangen die dag ook hun vrouwelijke naam. Hiervoor was een wedstrijd uitgezet onder Amsterdamse scholen.