Ben je verpleegkundige of verzorger, maar vertik je het om vanwege je geloof bepaalde verzorgende taken te verrichten, dan heb je het verkeerde beroep gekozen. Een voorbeeld uit de praktijk is dat van een moslima die weigert een mannelijke patiënt te wassen. De beroepsvereniging van zorgprofessionals V&VN vindt het niet vanzelf spreken dat een instelling of collega’s rekening houden met zo'n hulpverlener. Zo iemand moet ook niet meer worden toegelaten tot de opleiding, aldus de V&VN.
Verpleegkundigen en verzorgenden vervullen een belangrijke maatschappelijke taak, namelijk de verpleging en verzorging van vaak kwetsbare mensen met gezondheidsproblemen. Een belangrijk uitgangspunt, vastgelegd in hun beroepscode, is dat iedereen recht heeft op zorg, en dat etnische afkomst, nationaliteit, cultuur, leeftijd, geslacht, seksuele geaardheid, ras, geloof, levensbeschouwing, politieke overtuiging, sociaal-economische status, lichamelijke of verstandelijke beperking, aard van de gezondheidsproblemen of levensstijl niet van belang zijn voor de vraag of iemand zorg krijgt en dat iedere zorgvrager en zijn naasten met hetzelfde respect tegemoet worden getreden. Verder stelt de beroepscode dat de verpleegkundige of verzorgende de belangen van de zorgvrager centraal stelt en de zorg verleent die voor de zorgvrager nodig is.
De opleiding aanpassen om tegemoet te komen aan gewetensbezwaren betekent dat het beroep van verpleegkundige of verzorgende wordt ondergraven. De ethische commissie van de V&VN vindt het daarom beter om personen die wegens gewetensbezwaren bepaalde taken niet willen uitvoeren niet tot de opleiding toe te laten.