|
Hangen er op de stations binnenkort mogelijk borden met de aanbeveling: 'Word geen binnenvetter. Vloek!'? Helemaal ondenkbaar is dat niet. Want vloeken lucht op. Na een vloek is de woede uit het lichaam verdwenen. Dat is ook de belangrijkste bestaansreden van de vloek: een ventiel om agressie kwijt te raken. "Beter een vloek naar je hoofd dan een vuist", stelt Piet van Sterkenburg, tot voor kort als hoogleraar lexicografie verbonden aan de Universiteit van Leiden. De wetenschapper is het dan ook oneens met mensen die vloeken veroordelen.
Vloeken is overigens niet meer wat het geweest is, want de vloekende mens in Nederland ontkerkelijkt meer en meer. Niet langer moeten Jezus en Maria het ontgelden. Zestigers en zeventigers zeggen vaker 'shit' en 'fuck', blijkt uit onderzoek van Van Sterkenburg. Verder gebruiken Nederlanders volgens hem het liefst vloeken en verwensingen waarin iemand anders een lelijke ziekte wordt toegewenst. "Krijg de kanker, pest, aids, tering. Het lijkt wel alsof ze denken dat ze die ziektes nooit zullen krijgen als ze een ander ermee verwensen." De enige uitzondering is nog 'godverdomme'. "Wat weinigen weten is dat dit een zelfvervloeking is", aldus de professor. "Het is een verbastering van 'Als ik dit of dat niet doe, moge God mij verdoemen.'"
Trend zet door
Deze ontwikkeling komt niet als een verrassing. In Justitiële Verkenningen nr. 3 van 2003 beschrijft Van Sterkenburg deze trend al, aan het eind van zijn historisch overzicht over het vloeken sinds de Middeleeuwen. Een kort maar boeiend en leerzaam fragment uit dit college, overgenomen uit P.G.J. van Sterkenburg: 'Vloeken; hedendaagse uitdrukkingsvormen en veranderingen':
"Sedert de Middeleeuwen rust op het noemen en gebruiken van religieuze namen en zaken in de meeste culturen een enorm taboe. Het is dus niet verwonderlijk dat men als men wilde bluffen of als men zichzelf wilde ontladen, woorden gebruikte die ontleend waren aan het domein van de godsdienst. Tot aan de jaren zestig van de vorige eeuw waren het daarom vooral namen van bovennatuurlijke en helse machten, van goden, engelen en duivels, namen verbonden met de heilige zaken van de godsdienst, zoals het H. Kruis, de sacramenten, de mis, de wonden van God en het bloed van Christus die in de blasfemische vloek gebruikt werden. Hierbij teken ik onmiddellijk aan dat verminking van de oorspronkelijke formules en het uit gewoonte gebruiken van het woord god het taboekarakter van dat woord hebben verzwakt, waarbij god gaat fungeren als een versterkend toevoegsel, hetzij als nadrukkelijke bevestiging, hetzij als uiting van verschillende emotionele aandoeningen. Ik doel hierbij op uitroepen van het type ach here god, wel god allemachtig, mijn god nog aan toe, goeie god. God is in deze voorbeelden tot een bestanddeel van een interjectie geworden. In de jaren zestig ontstaat er een cultuur die alle ruimte wil laten aan emoties en vrije ontplooiing van de persoonlijkheid. De normen van de oude generatie worden failliet verklaard en alles moet nu kunnen.
De kerken lopen leeg en het geloof kalft af. De hele samenleving ontkerstent. Als er steeds minder mensen geloven in de God der christenen, dan hebben namen uit het domein van de godsdienst in magische vloekformules ook niet langer een grote taboewaarde. De niet-christen weet niet eens waarnaar die woorden verwijzen, laat staan dat hij hun explosieve kracht kent en weet uit te buiten. Men gaat dus op zoek naar woorden uit andere domeinen dan de godsdienst die nog wel kunnen intimideren en choqueren. De woordvelden die daarvoor genaast worden, zijn gevoelswoorden uit de obscene en scatologische sfeer. Vanaf genoemde periode moet god het in vloeken afleggen tegen shit, bullshit, fuck, merde. Zeker bij de jongste generatie. Het Nederlands informaliseert verder in de jaren zeventig. Het begrip ‘schuttingwoord’ heeft zijn zin verloren: op schuttingen en muren worden vrijwel geen woorden meer geschreven die betrekking hebben op seksuele zaken, maar politieke leuzen of namen van popgroepen (Van Sterkenburg en Van den Toorn, 1997). Opzettelijk onverhullende ruwe woorden worden gebruikt en zij worden ook gedrukt. Vooral op het gebied van de seksualia is men er aan gewend de dingen bij hun naam te noemen. Verdergaande verruwing in het vloeklexicon noem ik verwensingen als ga een cactus beffen, ga je kloten schuren en ga je parkiet pijpen. Het heeft er alles van weg dat de jongste generatie op zoek is naar de overtreffende trap van vloeken en verwensen. Dat concludeer ik niet naar aanleiding van verwensingen waarin nieuwe gevreesde ziektes voorkomen (krijg de aids). Het gebruiken van ziektes in vervloekingen is in het Nederlands en dan nog vooral in het Noorden van het taalgebied van alle tijden. Met een nieuwe vorm van verdergaande verruwing heeft dat niets te maken. Neen, ik kom tot de conclusie van de overtreffende trap omdat het woordveld lichaamsafscheidingen steeds populairder wordt als nieuw domein om taboes te doorbreken.
Vergroving van het vloeklexicon zie ik in verwensingen als stik in de stront van god, krijg reetschilfers, krijg holstrontverklontering en in vloeken als gadver de kankerpus, gadver de reutellong met slijmstukken. Opvallend in dit verband is overigens dat we een combinatie zien van een religieuze term met een dysfemistische. Een verklaring voor deze ontwikkeling is niet gemakkelijk te geven. Misschien probeert de jeugd door dat verbale geweld haar verlegenheid, onhandigheid, hulpeloosheid, haar in eigen ogen infantiele gedrag bij het aangaan van relaties – allemaal zaken die schaamte veroorzaken – te transformeren in het tegenovergestelde daarvan. In trots en respect dus. Verbaal geweld betekent dan voor jongeren het uitoefenen van macht en een soort compensatie voor hun monotone en uitzichtloze bestaan in een gemarginaliseerd milieu (Gilligan, 1997).
Hoe in de toekomst nieuwe taboeterreinen geëxploiteerd zullen worden, laat zich (nog) niet voorspellen. Evenmin welke alternatieven de huidige drie meest frequent gebruikte vloeken shit, godverdomme en verdomme als concurrenten zullen krijgen. Ook de opvolgers van de meest gebruikte verwensingen donder op, verrek en barst kunnen we zelfs niet eens tentatief aanwijzen.
Wat wel onomstotelijk lijkt, is dat vloeken en verwensingen onuitroeibaar zijn, omdat ze buitengewoon functioneel zijn. Zij voorkomen hartinfarcten en ander lichamelijk of geestelijk ongemak. Vloeken is dus goed voor de gezondheid en voorkomt dat justitie nog meer geweldsdelicten moet oplossen. Immers, wie vloekt gaat meestal niet op de vuist!"
Zie ook
Vloeken, schelden en schimpen (Justitiële Verkenningen nr. 3 van 2003)
Van Dale schrapt in woordenboek
1. Geschreven door Johan de Jong, op 25-02-2008 09:09 Dat laatste gaat niet op, ik weet niet of je wel eens na afloop van een voetbalwedstrijd naar de rellen zit te kijken, dan hoor je niet anders dan vloeken. Vloeken is een krachtsuiting van onmacht. Probeer eens een ander moeilijk woord (bv. rodedenderonstammetje) en je zal zien dat dat ook helpt. |
2. Geschreven door Henk Bakker, op 25-02-2008 11:26 Vraag dat maar eens heel vriendelijk aan een groep oververhitte voetbalsupporters. Lijkt me een prima manier om als martelaar te sterven. |
3. Geschreven door Peter, op 25-02-2008 17:56 @Johan de Jong, op 25-02-2008 10:09 "vloeken is een krachtsuiting van onmacht"? Beste Johan, Lever eens het bewijs daarvoor. Dat vloeken gezond is, is een hypothese die getoetst kan worden: dubbelblind, controlegroepen, cardiologisch onderzoek bij wel- en niet- vloekenden etc. Waar haal jij nou deze onzin vandaan? Wie heeft jou wijsgemaakt dat vloeken een krachtsuiting van onmacht is? Dat van die Rhododendron (let ook even op jouw spelling) is een suggestie met zooo'n baard van de bond tegen het vloeken. Deze werd in de jaren '60 door die club al genoemd. Als ik echt over de rooie ben, roep ik: "MOTHERFUCKERS!!!!" Lucht ook op en ik noem dan zeker niet de naam van een of andere niet-bestaande "god"! |
4. Geschreven door Johan de Jong, op 03-03-2008 13:42 Peter, Begrijp me goed, ik wil niemand beperken in zijn taalgebruik en als het oplucht moet je het zeker doen. Wat ik alleen maar probeer te zeggen is, dat er andere woorden zijn om niet iemands God en/of religie te beledigen. |
5. Geschreven door Henk Bakker, op 03-03-2008 16:19 Afgodverdomme is misschien een goed alternatief. Daar beledig je alleen afgoden mee en die zijn heel slecht volgens de bijbel. Afgoderij is verboden daar gaat je hart van smelten. Jesaja 19:1. "De last van Egypte. Ziet, de HEERE rijdt op een snelle wolk, en Hij zal in Egypte komen; en de afgoden van Egypte zullen bewogen worden van Zijn aangezicht, en het hart der Egyptenaren zal smelten in het binnenste van hen" |
6. Geschreven door John , op 03-03-2008 17:43 Bij Toutatis! Ik vind afgodverdomme een prachtige vondst! |
|
| Wees aardig voor elkaar of je reactie wordt verwijderd! |
Powered by AkoComment Tweaked Special Edition v.1.4.6 AkoComment © Copyright 2004 by Arthur Konze - www.mamboportal.com All right reserved
|