Afgelopen weekeinde heeft André Rouvoet op het congres van de ChristenUnie publiekelijk verklaard dat homoseksuelen bij de ChristenUnie wel degelijk bestuurder of volksvertegen-
woordiger kunnen zijn. Zolang ze maar Gods Woord onderschrijven en op basis daarvan politiek willen bedrijven.
Welnu, over dat laatste kan ten aanzien van Monique Heger geen enkel misverstand bestaand, daar zij namens de ChristenUnie in de gemeenteraad van Wageningen zat. Zoiets doe je niet als je daar niet volledig achter staat. In haar houding dienaangaande is recentelijk niets gewijzigd - zij onderschrijft de politieke standpunten van de ChristenUnie volledig - zo blijkt ook uit het persbericht dat bij de aankondiging van haar vertrek is uitgebracht. Met andere woorden: Monique Heger voldoet volledig aan de voorwaarden die door André Rouvoet zijn genoemd en daarin kan dus niet de reden worden gevonden om haar op te laten stappen.
Het eerder genoemde persbericht noemt dan ook een heel andere reden: Monique Heger is een relatie aangegaan met een vrouw en een deel van de steunfractie "had daar moeite mee". Deze stellingname van een deel van de steunfractie staat op gespannen voet met de eerder aangehaalde uitspraak van André Rouvoet op het congres van de ChristenUnie.
Mijn vraag - niet zozeer aan u persoonlijk gericht maar aan de gehele (steun)fractie van de ChristenUnie in Wageningen - is hoe dit te verklaren is.
Als de uitspraak die André Rouvoet tijdens het congres deed waar is, heeft een deel van de steunfractie in Wageningen zich ten onrechte beroepen op de moeite die men zei te hebben met de persoonlijke keuze van Monique Heger, daar deze voor het functioneren van een raadslid niet ter zake doet. Immers: Rouvoet zegt dat zulke homoseksuelen (met een relatie met iemand van het eigen geslacht) bij de ChristenUnie wel degelijk bestuurder of volksvertegenwoordiger kunnen zijn en Monique Heger onderschrijft Gods Woord en wil op basis daarvan politiek bedrijven.
Als daarentegen de handelwijze van (een deel van) de steunfractie wél in overeenstemming zou zijn met de mores bij de ChristenUnie, dan is de uitspraak van André Rouvoet onwaar. Van tweeën een: of de uitspraak van Rouvoet is waar, of de handelwijze van de steunfractie is waar; beide kunnen niet gelijktijdig waar zijn, die mogelijkheid is uitgesloten.
Graag verneem ik het standpunt dat de (steun)fractie hierin inneemt. Een termijn van zeven dagen na het verzenden van deze open brief lijkt mij daarvoor voldoende. De tekst van deze open brief wordt gepubliceerd op de website www.grootinquisiteur.nl en een afschrift van deze open brief zal worden gezonden aan de voorzitter van de ChristenUnie, de heer Peter Blokhuis.
Voor gelovigen zelf is godsdienst ook geen lolletje: zij moeten onprettige dingen doen of afzien van prettige dingen, zoals het drinken van een Romané Conti, het nuttigen van lichtgerookte ham van wild zwijn, het luisteren naar Mahler, het dragen van kleren naar eigen smaak, het lezen zonder index van verboden boeken, of het naar hartelust copuleren met lieden van een ander of hetzelfde geslacht. In plaats daarvan moeten ze op onprettige tijdstippen naar onduidelijke en irrelevante praatjes luisteren waarin andersdenkenden worden geschoffeerd, tussen ongeschoolde stemmen lelijke liedjes zingen, lichamelijk pijn lijden in rare houdingen en bidden zonder iets terug te horen. Al die ellende omdat oude mannen uit vreemde talen dat eisen in oude teksten die ze zelf niet eens in het origineel kunnen lezen.